De Gulden Snede komt dus voor in wiskundige figuren en in de natuur. Maar hoe zit het met de kunst?

De mens wil graag structuren zien. En helemaal als er een zekere geheimzinnigheid omheen hangt.
Misschien wel het belangrijkste voorbeeld hiervan is de claim dat de Gulden Snede verstopt zit in het Parthenon. De vondst is door talloze mensen kritiekloos overgenomen. Hij is echter op niets concreets gebaseerd. De bouwmeesters van het Parthenon hebben geen aantekeningen nagelaten. Dus wat er gebeurt is dat men achteraf allerlei metingen verricht en dan vervolgens op verhoudingen terechtkomt in de buurt van 0,6. Het is niet mogelijk om achteraf op 3 of meer decimalen nauwkeurig een bepaalde verhouding vast te stellen. En verder wordt de claim van de Gulden Snede kracht bijgezet door dit soort plaatjes:

parthenongs

waarbij van enige nauwkeurigheid geen sprake is.
Er zijn op het internet heel veel afbeeldingen te vinden van kunstwerken waar men op dezelfde manier met dikke lijnen de verhouding van de Gulden Snede probeert aan te tonen:

monalisa  Vinci

En bij sommige van die plaatjes wordt het lachwekkend:
onzin02 onzin03  onzin01


Een ander wijdverbreid misverstand betreft de Nautilusschelp:

nautilusschelp
de spiraal is niet gebaseerd op Fibonaccigetallen maar is logaritmisch. Het principe dat aangroei evenredig is met de reeds aanwezige afmeting veroorzaakt deze soort groei en vindt men terug in veel biologische systemen. Voor de wiskundige uitleg van de exponentiële/logaritmische groei is dit artikel verhelderend. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat elke aangroeiïng gelijkvormig is met de vorige, de basis van de exponentiële groei.
Het mooie filmpje van Cristóbal Vila in Fibonacci en de Gulden Snede bevat deze schelp ook, maar dat is dus onterecht.

Als een kunstwerk niet heel nadrukkelijk en precies gebaseerd is op de Gulden Snede is die verhouding niet te vinden.
Iemand die wel degelijk moeite heeft gedaan om de Gulden Snede in zijn werk te brengen is Le Corbusier. Met zijn Modulor ontwikkelde hij tussen 1940 en 1950 een maatsysteem, gebaseerd op de Gulden Snede. Hij ontleent de verhoudingen aan het menselijk lichaam. Die verhoudingen past hij bewust in zijn bouwwerken toe, maar als het hem niet goed uitkomt, wijkt hij daarvan af.

Een ander voorbeeld is Salvador Dali die bijvoorbeeld in zijn Leda Atomica gebruik maakt van de regelmatige vijfhoek en de Gulden Snede.

En in de muziek? Het vermoeden dat Bartok gebruik maakte van Fibonaccigetallen is inmiddels wetenschappelijk verworpen. Met getallen is het verleidelijk om zaken aan te tonen, maar je komt snel in de sfeer van de kabbalistiek, waarin van alles met discutabele berekeningen geprobeerd wordt aan te tonen.

Zo ook bijvoorbeeld de tonen van het oktaaf. Veel mensen willen daar graag de getallen 3, 5 en 8 in zien als bewijs voor de Fibonacciverhouding. Maar het begint al met het getal 8 dat gekoppeld wordt aan het oktaaf. Waarom niet 7? Uiteindelijk is de 8e toon op de grondtoon de eerste toon van het volgende oktaaf. En dat je vervolgens uitkomt op 5 zwarte toetsen op de piano is puur toeval. En als laatste: wat moeten we met 3, 5 en 8 als er verder geen vervolg is? Nee, ook hier wil men iets zien wat er niet is.

 

 

terug                                                                                                                                    Vragen of opmerkingen? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

naar boven